Rechten als zelfstandige

Zelfstandigen in hoofdberoep of meewerkende echtgenoten (maxistatuut) betalen sociale bijdragen en hebben daardoor recht op de volgende zaken:

 

Ziekte – en invaliditeitsverzekering

Het sociaal statuut van alle zelfstandigen in hoofdberoep (in regel met de sociale bijdragen) omvat een ziekte- en invaliditeitsverzekering die geneeskundige verzorging en arbeidsongeschiktheid dekt. De zelfstandige is dus net zoals werknemers en ambtenaren verzekerd tegen kleine en grote risico's (huisartsenbezoek, tussenkomst in de aankoop van geneesmiddelen). De verzekering inzake arbeidsongeschiktheid verschilt van de andere statuten. Onder bepaalde voorwaarden voorziet deze verzekering in een vervangingsinkomen als u uw beroepsactiviteit moet onderbreken wegens ziekte of ongeval. De zelfstandige heeft echter geen recht op tussenkomst tijdens de eerste 7 dagen arbeidsongeschiktheid. Bij een een arbeidsongeschiktheid van meer dan 7 dagen ontvangt hij een dagvergoeding zonder carensperiode.

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
  vanaf de 3e tot de 12e maand vanaf de 13e maand - zonder gelijkstelling vanaf de 13de maand - met gelijkstelling
Alleenstaande € 51,69 per dag € 51,69 per dag € 51,69 per dag
Samenwonende
gerechtigde
€ 39,64 per dag € 39,64 per dag € 44,32 per dag
Gerechtigde met
gezinslast
€ 64,91 per dag € 64,91 per dag € 64,91 per dag

Pensioen

De zelfstandige in hoofdberoep ontvangt aan het einde van zijn loopbaan een pensioen op basis van zijn inkomsten en op voorwaarde dat hij zijn sociale bijdragen heeft betaald.

Moederschapshulp

Moederschapsverlof en moederschapsuitkering

Vrouwelijke zelfstandigen hebben aan het einde van hun zwangerschap recht op een moederschapsuitkering en dit gedurende de periode van moederschapsverlof. De periode van moederschapsrust duurt maximaal 12 ononderbroken weken of 18 weken indien de moederschapsrust halftijds wordt opgenomen en bestaat uit een verplicht en facultatief deel. Voor een tweeling krijgt u een extra facultatieve week rust of 2 weken als u een deel van het moederschapsverlof halftijds opneemt.

Vrijstelling van bijdragen na de bevalling

Naast de moederschapsuitkering kan u ook een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen bekomen voor het kwartaal dat op het kwartaal van de geboorte volgt.

Moederschapshulp

Na de bevalling hebben moeders recht op 105 gratis dienstencheques als ze na hun bevallingsrust een beroepsactiviteit hervatten. Zo krijgen vrouwelijke zelfstandigen extra hulp.

Vaderschapsverlof en vaderschapsuitkering

Zelfstandigen die vader of mee-ouder worden ingevolge de geboorte van een kind hebben recht op vaderschapsverlof en bijgevolg op een uitkering voor maximum 15 dagen onderbreking of een uitkering voor maximum 8 dagen onderbreking aangevuld met een éénmalige premie van 135 euro ter compensatie van kosten gemaakt via een erkend systeem van huishoudhulp (Dienstencheques).

Overbruggingsrecht

Over volledige loopbaan gespreid, biedt het overbruggingsrecht de zelfstandige een financiële uitkering van maximum 12 maanden met behoud van zijn sociale rechten gedurende 4 kwartalen (terugbetaling geneeskundige verzorging, behoud van rechten inzake arbeidsongeschiktheids-, invaliditeits- en moederschapsuitkeringen).
Hij kan dit recht genieten als hij elke zelfstandige activiteit officieel heeft stopgezet en een van de volgende situaties op hem van toepassing is:

  • een failliete zelfstandige, een zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot van een een failliet verklaarde vennootschap;
  • een zelfstandige die een collectieve schuldenregeling heeft bekomen;
  • een zelfstandige die door omstandigheden buiten zijn wil* werd gedwongen om zijn zelfstandige activiteit tijdelijk te onderbreken of iedere zelfstandige activiteit definitief stop te zetten. Het gaat hier om de volgende omstandigheden: natuurrampen, brand, beschadiging, (beroeps)allergie, een beslissing van een derde economische actor of een gebeurtenis met economische impact;
  • een zelfstandige die zich in economische moeilijkheden bevindt (gerechtigde op leefloon, vrijstelling van sociale bijdragen of met een inkomen van minder dan het wettelijk minimum van een zelfstandige in hoofdberoep);
  • een helper of meewerkende echtgenoot die zich in één van bovenvermelde situaties bevindt (buiten het geval van faillissement).

 *Indien de zelfstandige zijn activiteit minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen onderbreekt, heeft hij, sinds 1 maart 2020, recht op een financiële uitkering die varieert tussen 25% en 100% van het bedrag van de maandelijkse financiële uitkering, in functie van het aantal periodes van 7 dagen dat hij gedwongen is om te onderbreken. Het speelt daarbij geen rol dat de periodeseventueel gespreid zijn over meerdere maanden.

Aan welke voorwaarden moet de aanvrager voldoen?

  •  in hoofdberoep geweest zijn gedurende vier kwartalen,
  • deze vier kwartalen zijn :

- het kwartaal van het faillissement, stopzetting of onderbreking en,

- de drie voorafgaande kwartalen;

  •  tenminste de minimumbijdragen van een zelfstandige in hoofdberoep verschuldigd geweest zijn gedurende deze kwartalen ;
  • vanaf de 1ste dag die volgt op die van het vonnis van faillietverklaring, stopzetting of onderbreking geen beroepsactiviteit uitoefenen of niet in aanmerking komen voor een vervangingsinkomen ;
  • in België zijn hoofdverblijfplaats hebben ;
  •  het overbruggingrecht (voorheen: "de sociale verzekering in geval van faillissement") nog niet genoten hebben: men kan tijdens de beroepsloopbaan slechts maximum 12 maanden van dit recht gebruik maken ;
  • de aanvragen moet minstens 4 kwartalen effectief betaald hebben tijdens de 16 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het feit zich voordoet.

Goed om te weten:
In afwijking van bovenstaande zijn voor gebeurtenissen die zich tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021 voordoen, bepaalde voorwaarden tijdelijk versoepeld:

 

  • Voortaan komen ook starters in aanmerking die sedert minstens twee kwartalen onderworpen zijn aan het sociaal statuut. Het betreft het kwartaal van het “feit” en het kwartaal dat er onmiddellijk aan voorafgaat.
  • Voor zelfstandigen in begin van activiteit wordt de verplichting inzake effectieve bijdragebetaling herleid van vier naar twee kwartalen (zelfstandige die minstens 13 kwartalen aangesloten is).
  • De financiële uitkering in het kader van het overbruggingsrecht kan voortaan gecumuleerd worden met een ander vervangingsinkomen in het kader van de sociale zekerheid, mits naleving van een cumulplafond dat overeenkomt met het toepasselijke bedrag van de financiële uitkering in het kader van het overbruggingsrecht. Ingeval van overschrijding van dit plafond wordt de financiële uitkering in het kader van het overbruggingsrecht verminderd ten belope van deze overschrijding.
  • De definitie van "feit" voor de derde pijler wordt gewijzigd. Indien de onderbreking van de zelfstandige activiteit gevolgd wordt door een stopzetting van de zelfstandige activiteit, wordt deze stopzetting beschouwd als feit.”.
  • Voortaan worden de periodes waarvoor de zelfstandige een behoud van sociale rechten geniet in het kader van het overbruggingsrecht gelijkgesteld met een periode van bezigheid voor de pensioenberekening, met een maximum van vier gelijkgestelde kwartalen. De gelijkstelling begint op de 1ste dag van het kwartaal waarvoor het behoud van rechten werd toegekend (en niet de 1ste dag van het kwartaal dat daarop volgt), en ten vroegste op 1 oktober 2020.

De maatregel geldt voor :

 

  • pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal en ten vroegste ingaan op 1 januari 2021
  •  kwartalen ‘behoud van rechten’ vanaf het vierde kwartaal 2020
  • kwartalen ‘behoud van rechten’ die worden toegekend naar aanleiding van feiten die zich voordoen tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021

 

  • De termijn om een nieuw aanvraag in te dienen is met twee kwartalen verlengd

 

Dit is een niet uitputtende lijst met voorwaarden. Om alle voorwaarden met betrekking tot uw specifieke situatie te kennen, kunt u contact opnemen met uw Client Advisor.

Uitkering betaald door het sociaal verzekeringsfonds

Overbruggingsrecht (maximum 12 maanden)
Zonder gezinslast € 1.343,87 per maand
Met gezinslast € 1.679,31 per maand

Vanaf 1 maart 2020 wordt het al dan niet “personen ten laste” hebben beoordeeld op basis van artikel 123 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Wanneer kunt u deze voordelen krijgen?

  • Financiële uitkering: vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van het vonnis van het faillissement, stopzetting of onderbreking.
  • Sociale bescherming: vanaf de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het vonnis tot faillietverklaring werd uitgesproken of waarin de stopzetting of de onderbreking plaats vond.(behalve voor onderbrekingen van minder dan een volledige kalendermaand.)

Hoe kunt u van het overbruggingsrecht genieten?

  • U dient een aanvraag in bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij u het laatst was aangesloten
  • Per aangetekend schrijven of door neerlegging van een verzoek ter plaatse.

Om meer informatie terug te vinden over de maatregelen rond het corona-overbruggingsrecht kan u onze artikels en het Dossier Coronavirus raadplegen.

Mantelzorg

De zelfstandige kan zijn activiteit tijdelijk volledig (100 %) of gedeeltelijk (minstens 50 %) onderbreken om te zorgen voor een naaste (echtgenoot of partner, bloed- of aanverwant tot de 2e graad, persoon die deel uitmaakt van het gezin) die zwaar ziek is of palliatieve zorgen nodig heeft, of voor een gehandicapt kind jonger dan 25 jaar. In dat geval ontvangt hij een maandelijkse uitkering gedurende maximum 6 maanden per aanvraag en met een maximum van 12 maanden tijdens zijn ganse loopbaan.

Uitkeringen door het sociaal verzekeringsfonds:

Mantelzorg (maximum 12 maanden)
Gedeeltelijke onderbreking € 671,94 per maand
Volledige onderbreking € 1.343,87  per maand

 De ernstig zieke persoon of de persoon die palliatieve zorgen nodig heeft, kan zijn:

  • de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner
  • een bloed- of aanverwant tot de tweede graad
  • een persoon die op hetzelfde adres als de zelfstandige is ingeschreven

De zelfstandige beroepsactiviteit kan ofwel volledig (100%) ofwel gedeeltelijk (minstens 50%) onderbroken worden en moet minstens een maand duren, tenzij de verzorgde persoon eerder overlijdt.
De maandelijkse uitkering mantelzorg bedraagt nu 1.291,69 euro bij een volledige onderbreking en 645,84 euro bij een gedeeltelijke onderbreking. Zij kan tijdens de totale loopbaan maximum 12 maanden toegekend worden.
Bij een volledige onderbreking is er, per periode van drie opeenvolgende maanden, naast de uitkering in bepaalde gevallen eveneens vrijstelling van bijdragebetaling voor een kwartaal, met behoud van de socialezekerheidsrechten. Die vrijstelling is beperkt tot vier kwartalen tijdens de totale loopbaan.
De aanvraag voor de uitkering wordt ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds van de zelfstandige.