Coronavirus: tijdelijke patronale lastenverlaging via een gedeeltelijke doorstortingsvrijstelling van bedrijfsvoorheffing (UPDATE)

Van 

Een recent goedgekeurde wet voorziet in een tijdelijke lastenverlaging voor werkgevers die tussen 12/3 en 31/5 beroep deden op tijdelijke werkloosheid gedurende een ononderbroken periode van minstens dertig dagen. De lastenverlaging neemt de vorm aan van een gedeeltelijke doorstortingsvrijstelling van bedrijfsvoorheffing, en zal gelden voor de maanden juni, juli en augustus 2020.


101042

Op 6 juni besliste de ‘kern+10’, zijnde de federale regering plus de tien partijen die de regering steunen, o.m. om een gedeeltelijke doorstortingsvrijstelling van bedrijfsvoorheffing te introduceren voor de maanden juni, juli en augustus 2020.
Inmiddels werd het wetsontwerp ter zake goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Update d.d. 7/9/2020: op 31 augustus verscheen eveneens een koninklijk besluit met twee administratieve werkgeversverplichtingen (zie punt 5 van dit artikel).
Update d.d. 13/11/2020: op 5 november publiceerde de FOD Financiën een circulaire met bijkomende duiding over de lastenverlaging. Meer info over deze circulaire vindt u hier.

1. Welke werkgevers komen in aanmerking?

Alle werkgevers die voldoen aan de vier onderstaande voorwaarden kunnen beroep doen op de lastenverlaging:

  1. schuldenaar zijn van bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen die zij toekennen, en die wettelijk verschuldigde bedrijfsvoorheffing ook volledig inhouden;
  2. tijdens de periode van 12/3 tot 31/12/2020 geen inkoop van eigen aandelen of kapitaalvermindering verricht hebben, en eveneens geen dividenden toegekend hebben. Elke vermindering of verdeling van het vermogen wordt beoogd  (*);
  3. tijdens de periode van 12/3 tot 31/12/2020 geen deelneming aangehouden hebben in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs of betalingen aan deze vennootschappen hebben verricht, tenzij gerechtvaardigd op welbepaalde gronden (*);
  4. tussen de periode vanaf 12/3 tot en met 31/5 minstens dertig ononderbroken dagen lang het stelsel van tijdelijke werkloosheid hebben benut.
    De voorwaarde dient te worden bekeken op werkgeversniveau. Het is dus niet vereist dat één enkele werknemer dertig ononderbroken dagen lang tijdelijk werkloos is geweest. Komt bijvoorbeeld ook in aanmerking: een situatie met een naadloze afwisseling van tijdelijke werkloosheid tussen twee werknemers die samen aanschouwd 30 ononderbroken dagen tijdelijke werkloosheid genoten.
    De zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen mogen gezien worden als zijnde inbegrepen in de periode van 30 dagen.
    De Raad van State merkte terecht op dat het onduidelijk is wat de impact is van bijvoorbeeld perioden van verplichte vakantie die niet gepaard gingen met tijdelijke werkloosheid.

(*) Klik hier voor de verdere specificering van deze uitgesloten werkgevers.

2. Hoeveel bedraagt de doorstortingsvrijstelling?

Werkgevers die voldoen aan de voorwaarden genieten voor de maanden juni, juli en augustus  2020 een vrijstelling van doorstorting aan de fiscus van een deel van de op de werknemersbezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing.
De werkgever mag de hierbij vrijgekomen middelen vrij aanwenden.

Principe

Het bedrag dat in aanmerking komt voor de doorstortingsvrijstelling stemt in principe overeen met 50% van het verschil tussen (a) de totale kost aan bedrijfsvoorheffing voor de maand mei 2020 en (b) de totale kost aan bedrijfsvoorheffing voor respectievelijk de maanden juni, juli en augustus 2020.
 

Voorbeeld:
- Bedrijfsvoorheffing op werknemersbezoldiging mei 2020: 20.000 euro
- Bedrijfsvoorheffing op werknemersbezoldiging  augustus 2020: 30.000 euro
=> bedrag dat in aanmerking komt voor de doorstortingsvrijstelling = (30.000-20.000) x 50% = 5.000 euro

De berekening vindt plaats op werkgeversniveau, op basis van de globale bedrijfsvoorheffingsmassa voor zijn werknemers, desgevallend inclusief de bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen vanwege een buitenlandse gelieerde onderneming alsook de bedrijfsvoorheffing gevolge een fiscaal voluntariaat.

De bedrijfsvoorheffing op dubbel vakantiegeld, eindejaarspremies en achterstallige bezoldiging komt niet in aanmerking. De bedrijfsvoorheffing op  vergoedingen naar aanleiding van uitdiensttredingen en vergoedingen ter dekking van een tijdelijk loonverlies komen evenmin in aanmerking.

… beperkt tot de beschikbare bedrijfsvoorheffing

Een werkgever kan het bedrag van de doorstortingsvrijstelling slechts genieten ten belope van de effectieve bedrijfsvoorheffing die hij verschuldigd is op werknemersbezoldigingen:

  1. voor respectievelijk de maanden juni, juli en augustus 2020;
  2. desgevallend pas nadat eerst andere gedeeltelijke doorstortingsvrijstellingen werden toegepast (bvb. de gedeeltelijke doorstortingsvrijstellingen voor ploeg- & nachtarbeid, werken in onroerende staat of onderzoek & ontwikkeling).

Als een werkgever, omwille van geen/te weinig bedrijfsvoorheffing in de betrokken maand juni, juli of augustus het bedrag van de doorstortingsvrijstelling niet (volledig) kan benutten, dan kan hij die niet aanrekenen op een nog komende periode  in 2020. Evenmin kan men een saldo aanrekenen op een maand voorafgaandelijk respectievelijk juni, juli en augustus 2020.
In het oorspronkelijke ontwerp stond een beperkte overdrachtmogelijkheid. Die bepaling heeft het dus niet gehaald.

Het bedrag van de lastenverlaging mag niet verrekend worden op de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op dubbel vakantiegeld, eindejaarspremies, en achterstallige bezoldigingen. De bedrijfsvoorheffing op vergoedingen naar aanleiding van een uitdiensttreding en op vergoedingen ter dekking van tijdelijk loonverlies zijn eveneens uitgesloten.

… en met een globaal plafond op werkgeversniveau

Het totale bedrag van deze nieuwe doorstortingsvrijstelling is beperkt tot 20 miljoen euro per werkgever, voor alle drie maanden samen. Dit plafond geldt dus enkel voor de hierboven beschreven corona specifieke doorstoringsvrijstelling, en niet voor andere bestaande doorstortingsvrijstellingen die een werkgever desgevallend benut (bvb. de doorstortingsvrijstelling voor ploegenarbeid, werken in onroerende staat of onderzoek & ontwikkeling). Het bereiken van het plafond van 20 miljoen heeft dus niet tot gevolg dat een werkgever geen beroep meer kan doen op andere doorstortingsvrijstellingen.

3. De werknemer merkt hier niets van

Om elk misverstand te vermijden: zoals bij de bestaand vrijstellingsregelingen voelt en ziet de werknemer ook van deze lastenverlaging niets. Zo zal de fiscale fiche zoals gebruikelijk melding maken van de volledige bedrijfsvoorheffing die van zijn bezoldiging werd afgehouden, zonder enige melding dat de werkgever hiervan slechts een deel doorstortte aan de fiscus.

En bij de behandeling van zijn belastingaangifte zal de fiscus de eindbelasting berekenen alsof zij die ingehouden bedrijfsvoorheffing volledig ontving, en dat integrale bedrag aanwenden om na te gaan of de werknemer iets terugkrijgt dan wel moet opleggen. 

4. Inwerkingtreding

Op 23 juli 2020 werd de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, en trad ze in werking.
Helaas is de lastenverlaging niet ogenblikkelijk toepasbaar .
Wederom moeten we ook bij deze doorstortingsvrijstelling vaststellen dat de wetgeving talloze belangrijke onduidelijkheden bevat. Onduidelijkheden waarover de sociale secretariaten eerst de FOD Financiën dienen te bevragen.
Tevens opteerde de wetgever – wederom – voor volledig nieuwe berekeningswijzen. Berekeningswijzen die opnieuw kostbare manuren zullen opeisen bij de sociale secretariaten.
Tot slot staat nu reeds vast dat sociale secretariaten hun aangesloten werkgevers voorafgaandelijk dienen te bevragen, daar zij niet over alle vereiste gegevens beschikken (bvb. betalingen in belastingparadijzen of van dividenden). 

… en dit schouwspel voor een lastenverlaging die hoogstens drie maanden kan worden aangewend.

5. Twee administratieve werkgeversverplichtingen (update d.d. 7/9/2020)

Twee aangiften bedrijfsvoorheffing

Voor de perioden waarvoor een werkgever de gedeeltelijke doorstortingsvrijstelling toepast, zijn twee aangiften van bedrijfsvoorheffing vereist: de gewoonlijke aangifte en een tweede speciale aangifte met daarin o.m. het bedrag van de vrijstelling.
Voor de bij Group S aangesloten werkgevers zal Group S deze aangifteverplichting voor haar rekening nemen, eenmaal het vereiste programmeerwerk op punt staat. Bijgevolg en om de overzichtelijkheid te bewaren weiden we niet verder uit over deze bepaling.

Het beschikbaar houden van bepaalde gegevens

Werkgevers die gebruik maken van deze gedeeltelijke doorstortingsvrijstelling moeten een aantal gegevens ter beschikking houden van de fiscale administratie:

  • de volledige identiteit van elk werknemer, en in voorkomend geval het nationaal nummer ;
  • het bedrag van de bruto belastbare bezoldigingen bedoeld betaald voor de maand mei en voor de maand waarvoor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt gevraagd. De componenten die niet in aanmerking komen voor de vrijstelling – zie hoger, bvb. eindejaarspremies - worden hierbij achterwegen gelaten;
  • het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en de gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing, na toepassing van eventuele andere doorstortingsvrijstellingen (bvb. voor ploegenarbeid), voor de maand mei 2020;
  • het bedrag van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing en de gedetailleerde berekening van die bedrijfsvoorheffing, na toepassing van eventuele andere doorstortingsvrijstellingen (bvb. voor ploegenarbeid), voor de maanden juni 2020, juli 2020 of augustus 2020;
  • het bewijs dat de betrokken werknemer tussen 12 maart 2020 en 31 mei 2020, beide data inbegrepen, gedurende een ononderbroken periode van ten minste 30 kalenderdagen tijdelijke werkloosheid heeft genoten.

Bron:

 

jQuery(function ($) { if (!document.getElementById("searchresult")) { $("#keywordsection").hide(); } });