Coronavirus: Prestaties als student worden ook tijdens het 3e kwartaal 2021 geneutraliseerd voor het contingent van 475 uur

article image Van 

De neutraliastie van studentenuren wordt niet alleen verlengd voor het 3e kwartaal 2021 maar geldt ook voor alle studenten, ongeacht de sector waarin ze worden tewerkgesteld.

102233

In een vorig artikel informeerden we u over de neutralisatie van studentenuren voor het contingent van 475 uur in bepaalde sectoren. Deze maatregel wordt niet alleen verlengd voor het 3e kwartaal 2021 maar geldt ook voor alle studenten, ongeacht de sector waarin ze worden tewerkgesteld.

Context

Bij tewerkstelling van een student kunt u onder bepaalde voorwaarden worden vrijgesteld van de betaling van gewone socialezekerheidsbijdragen. In dat geval is enkel een solidariteitsbijdrage van  8,14% verschuldigd (5,43% ten laste van de werkgever en 2,71% ten laste van de student).

Een van de voorwaarden om de voordelige RSZ-regeling te genieten, is dat de student niet meer dan 475 uur mag presteren tijdens het kalenderjaar.

Wegens de gezondheidscrisis veroorzaakt door COVID-19 is er een toenemende behoefte aan arbeidskrachten. Er werden dan ook extra maatregelen genomen met betrekking tot de grens van 475 uur per kalenderjaar voor studentenarbeid in alle sectoren.

Bedoelde werkgevers?

Deze maatregel is van toepassing op alle sectoren.

Welke maatregel?

Neutralisatie van studentenuren

Studentenuren die tijdens het 3e kwartaal 2021worden presteerd, komen  niet in aanmerking voor de berekening van het contingent van 475 uur per kalenderjaar met solidariteitsbijdrage.

In de praktijk:

  • een student kan tijdens het 3e kwartaal 2021 arbeidsprestaties bovenop het contingent van 475 uur verrichten;
  • het contingent studenturen wordt aangepast voor het betreffende kwartaal;
  • de gewone aangifteregels voor studenten blijven gelden: Dimona 'STU' gevolgd door een DmfA-aangifte met de gepresteerde uren.

Beperking?

Deze maatregel is beperkt tot het 3e kwartaal 2021.

En op fiscaal vlak?

Er is evenmin bedrijfsvoorheffing verschuldigd op het loon voor deze prestaties.

Een wet van 18 juli 2021 voorziet ook dat het loon voor deze prestaties geen bestaansmiddel is waarmee rekening moet worden gehouden om te bepalen of de student persoon ten laste is.

 

Wettelijke bronnen :

  • Wet van 4 juli 2021 houdende tijdelijke ondertseuningsmaatregelen tengevolge van de covid-19-pandemie (BS van 13 juli 2021);
  • Wet van 18 juli 2021 houdende tijdelijke ondertseuningsmaatregelen tengevolge van de covid-19-pandemie (BS van 29 juli 2021);
  • Koninklijk Besluit van 24 juli 2021 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bezoldigingen voor studentenarbeid (BS van 3 augustus 2021)