Coronavirus: relance doelgroepvermindering voor het 3e kwartaal 2021

Van 

De wet van 4 juli 2021 voert een vermindering van de RSZ-basiswerkgeversbijdragen in die van toepassing is op 5 vijf werknemers per vestigingseenheid in het derde kwartaal van 2021, ter ondersteuning van werkgevers in alle sectoren die hun werkgelegenheidsvolume verhogen na de coronacrisis.


1. Principe

In het 3de kwartaal van 2021 wordt een vermindering van de RSZ-basiswerkgeversbijdragen toegekend om werkgevers aan te sporen tot vermindering van tijdelijke werkloosheid en/of aanwerving van extra werknemers.

Deze maatregel is gericht op alle bedrijfssectoren.

De vermindering is van toepassing op maximum 5 werknemers per vestigingseenheid. Het bedrag van de vermindering zal hoger zijn voor ondernemingen die zwaar werden getroffen door de COVID-19-gezondheidscrisis en voor ondernemingen die moesten sluiten. 

2. Voor welke werkgevers?

2.1. Privésector

De maatregel is hoofdzakelijk van toepassing op de privésector

De betrokken werkgevers zijn werkgevers die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.

In tegenstelling tot de vorige maatregelen (reissector; hotelsector, evenementensector) is deze maatregel van toepassing op alle bedrijfssectoren voor zover ze de voorwaarden vervullen. 

2.2. Stijging van het arbeidsvolume met een bepaald percentage

Om voor de maatregel in aanmerking te komen, moet het totale arbeidsvolume in het 3de kwartaal van 2021 stijgen ten opzichte van het totale arbeidsvolume in het 1ste kwartaal van 2021 (te berekenen op basis van de 'totale mu (glob)').

De berekening gebeurt op niveau de juridische entiteit.

De vereiste stijgingsgraad voor de vermindering is afhankelijk van het gemiddeld aantal werknemers in de onderneming:

Gemiddeld aantal werknemers

Vereiste stijging van het arbeidsvolume

<50

(belangrijkheidscode RSZ*: 1,2,3 en 4)

minstens 25%

>=50 en <=499

(belangrijkheidscode RSZ*: 5,6 en 7)

 

minstens 20%

EN met een minimale stijging van de "totale mu (glob)" gelijk aan 12,5

 

>= 500

(belangrijkheidscode RSZ*: 8 en 9)

minstens 10%

EN met een minimale stijging van de "totale mu (glob)" gelijk aan 100

* voor de maatregel = gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers tijdens het 4de kwartaal van 2019 en het 1ste, 2de en3de kwartaal van 2020. 

Om het arbeidsvolume en dus ook de stijging ervan te bepalen, zal de RSZ zich baseren op de gegevens van de DmfA.

Worden in aanmerking genomen:

  • door de werkgever bezoldigde dagen;
  • vakantiedagen voor arbeiders;
  • onbezoldigde dagen inhaalrust in het kader van een arbeidsduurvermindering met verhoogd uurloon;
  • dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer.

De stijging van het arbeidsvolume tussen het 1ste kwartaal van 2021 en het 3de kwartaal van 2021 mag niet het gevolg zijn van een juridische herstructureringsoperatie zoals een fusie, splitsing of overdracht van bedrijfstak.

3. Welke bijkomende voorwaarden moeten vervuld zijn?

Om de doelgroepvermindering te bekomen en te behouden, moet de werkgever naast de hierboven beschreven voorwaarden nog andere voorwaarden vervullen.

3.1. De werknemers in dienst houden

De werkgever moet de werknemers voor wie de doelgroepvermindering wordt toegepast ononderbroken in dienst houden tijdens het 3de kwartaal van 2021.

Hierop zijn twee uitzonderingen:  

  • ontslag door de werknemer;
  • ontslag om dringende reden.

3.2. Geen dividenden (of soortgelijke betalingen) uitkeren 

In 2021 moet de werkgever zich onthouden van:

  • de uitkering van dividenden aan aandeelhouders;
  • de uitkering van bonussen aan de leden van de raad van bestuur, het leidinggevend personeel en de hoge kaderleden van de onderneming;
  • de inkoop van eigen aandelen.

3.3. Geen collectief ontslag

Tijdens het 2de en 3de kwartaal van 2021 mag de werkgever geen collectief ontslag aankondigen of hebben aangekondigd.

3.4. Een geregistreerd kassasysteem gebruiken (indien verplicht)

In de horecasector zijn bepaalde werkgevers verplicht een geregistreerd kassasysteem te gebruiken. Om na te gaan of u al dan niet verplicht bent om over een geregistreerd kassasysteem te beschikken, verwijzen we u naar de website  www.geregistreerdkassasysteem.be

In geval van verplichting moet de werkgever het geregistreerd kassasysteem gebruiken om de doelgroepvermindering te kunnen bekomen.

3.5. Een opleidingsdoelstelling realiseren

De wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk legt opleidingsdoelstellingen op. De bepalingen van deze wet moeten worden nageleefd om de maatregel inzake vermindering van werkgeversbijdragen in het kader van de relance te bekomen (zie ook ons vorige artikel over dit onderwerp: Werkbaar en wendbaar werk: opleidingsdagen | Group S).

3.5.1. Waarover gaat het?

De wet betreffende werkbaar en wendbaar werk voorziet in gemiddeld 5 opleidingsdagen per voltijds equivalent en per jaar.  Praktisch betekent dit dat bepaalde werknemers zich boven of onder deze drempel kunnen bevinden. Deze cijfers moeten dus globaal worden geïnterpreteerd. 

Deze opleidingsdagen kunnen op sector- of op ondernemingsvlak worden georganiseerd.

3.5.2. Voor welke werkgevers is dit van toepassing?

Deze reglementering is van toepassing op werkgevers met minstens 10 werknemers. Het aantal werknemers wordt bepaald op basis van het gemiddeld aantal tewerkgestelde voltijdse equivalenten tijdens de laatste twee jaar. 

Voor werkgevers met 10 tot 20 werknemers kan bij koninklijk besluit worden voorzien in een afwijkende regeling.

3.5.3. Hoe zijn deze opleidingsdagen voorzien?

De doelstelling kan worden bereikt via een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst of een individuele 'opleidingsrekening'.

3.5.3.1.Sectorale collectieve arbeidsovereenkomst

Er kan een sectorale cao worden afgesloten in het paritair comité of paritair subcomité. In dat geval moet de opleidingsinspanning minstens twee dagen per jaar en per voltijds equivalent omvatten.

Sectoren hebben initiatieven ter zake genomen. Om te bepalen of uw bedrijfssector een initiatief ter zake heeft genomen, verwijzen we u naar onze sectorale documentatie (meer bepaald, hoofdstuk 48)

3.5.3.2. Opleidingsrekening

Als er geen sectorale collectieve arbeidsovereenkomst werd afgesloten, kan de doelstelling op ondernemingsvlak worden bereikt door een opleidingskrediet (of een individuele opleidingsrekening) toe te kennen. In dat geval moet een voltijdse werknemer die het hele jaar in dienst was, op jaarbasis minstens over twee opleidingsdagen beschikken. Er moet echter worden voorzien in een groeipad om 5  opleidingsdagen per jaar en per voltijdse werknemer te bereiken.

3.5.3.3. Bij ontstentenis van sectorale cao en individuele opleidingsrekening

Als er geen sectorale cao of geen individuele opleidingsrekening bestaat, worden aan  elke werknemer twee opleidingsdagen per jaar en per voltijds equivalent toegekend. 

3.5.4. Iets anders?

Voor deeltijdse werknemers of werknemers die geen volledig jaar in dienst zijn, wordt voorzien in een pro-rata-berekening.

De werkgever moet dus de collectieve arbeidsovereenkomsten naleven die in het kader van de wet betreffende werkbaar en wendbaar werk werden afgesloten en van toepassing zijn op zijn onderneming.  Bij ontstentenis hiervan vloeien de verplichtingen voort uit het bestaan van een individuele opleidingsrekening. Bij ontstentenis van sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten en een individuele opleidingsrekening geldt binnen de onderneming een recht op opleiding van gemiddeld 2 dagen per jaar per voltijds equivalent (behalve voor ondernemingen met minder dan 10 werknemers)

3.5.5.  Praktische aspecten: hoe kan worden nagegaan of aan de voorwaarde is voldaan?
 

Om na te gaan of u voldoet aan de voorwaarde met betrekking tot de opleidingsdoelstelling, moet u als volgt te werk gaan:

  • ofwel valt u onder het toepassingsgebied van een sectorale  CAO die in de opleidingsdoelstelling voorziet (zie hoofdstuk 48 van onze sectorale documentatie). In dit geval, hoef je alleen de bepalingen van de cao na te leven;
  • ofwel valt u niet onder het toepassingsgebied van een sectorale cao. Indien u onderneming ten minste 10 werknemers tewerkstelt moet u in dit geval:
    • een individuele opleidingsrekening voor elke werknemer voorzien;
    • bij ontstentenis van een individuele opleidingsrekening per werknemer (en er is geen sectorale collectieve arbeidsovereenkomst), moet u het recht op opleiding van gemiddeld 2 dagen per jaar, per voltijds équivalent respecteren.
      • Voor zover u niet onder het toepassingsgebied van een sectorale cao valt, geldt er bijgevolg geen opleidingsverplichting als u minder dan 10 werknemers tewerkstelt.

De RSZ zal de naleving van alle voorwaarden achteraf controleren. Als blijkt dat de voorwaarden niet werden nageleefd, wordt de vermindering geannuleerd.

4. Welk voordeel?

Er is voorzien in een doelgroepvermindering (= vermindering van de basiswerkgeversbijdragen) voor werkgevers die door de maatregel worden beoogd.

Deze vermindering wordt toegekend voor 5 werknemers per vestigingseenheid en geldt voor het 3de kwartaal van 2021.

Onder vestigingseenheid verstaat men elke plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres waar ten minste één activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend.

Zo kan een werkgever met twee vestigingseenheden de doelgroepvermindering toepassen voor 10 werknemers, 5 in de ene vestiging en 5 in de andere. Als het aantal werknemers in één van de vestigingseenheden lager is dan 5, dan wordt de doelgroepvermindering beperkt tot dit aantal.

5. Welk verminderingsbedrag?

Het verminderingsbedrag is hoger voor werkgevers die zwaar werden getroffen door de gezondheidscrisis.

5.1. Zwaar getroffen onderneming

5.1.1. Definitie

Om te beantwoorden aan de definitie van zwaar getroffen onderneming moet:

  • ofwel het arbeidsvolume in het 1ste kwartaal van 2021 50% lager zijn dan dat van het 1ste kwartaal van 2020;
  • ofwel het arbeidsvolume in het 4de kwartaal van 2020 50% lager zijn dan dat van het 4de kwartaal van 2019.

Schematisch: de daling van het arbeidsvolume met 50% moet worden bewezen:

daling van het arbeidsvolume met 50%

in het  ...

ten opzichte van het ...

1ste kwartaal van 2021

1ste kwartaal van 2020

OF

4de kwartaal van 2020

4e kwartaal van 2019

De RSZ zal deze berekening uitvoeren op basis van de gegevens in de DmfA op 1 juli 2021 (zonder rekening te houden met aanpassingen of verbeteringen na 1 juli 2021).

De berekeningen worden gedaan op niveau van de juridische entiteit.

De daling die bepaalt of een werkgever zwaar is getroffen mag niet het gevolg zijn van een juridische herstructureringsoperatie zoals een fusie, splitsing of overdracht van bedrijfstak.

5.1.2. Verminderingsbedrag

Zwaar getroffen werkgevers genieten een verminderingsbedrag van € 2400  (= bedrag voor voltijdse tewerkstelling met volledige prestaties) voor maximum 5 werknemers per vestigingseenheid.

Het betreft een doelgroepvermindering. De vermindering volgt de gewone regels inzake doelgroepvermindering.

5.2. Andere werkgevers (= die niet beantwoorden aan de definitie van 'zwaar getroffen')

5.2.1. Definitie

Werkgevers die niet als zwaar getroffen onderneming worden beschouwd (zie hoger, punt  5.1.1.) vallen onder deze categorie.

5.2.2. Verminderingsbedrag

Deze werkgevers genieten een verminderingsbedrag van € 1000 (= bedrag voor voltijdse tewerkstelling met volledige prestaties) voor maximum 5 werknemers per vestigingseenheid.

Het betreft een doelgroepvermindering. De vermindering volgt de gewone regels inzake doelgroepvermindering.

6. Te volgen procedure?

De Dmfa moet worden ingevuld met de passende verminderingscodes:

  • nieuwe verminderingscodes:
    • 3706 = verminderingsforfait van € 2400 (G17) voor zwaar getroffen werkgevers
    • 3705 = verminderingsforfait van € 1000 (G1) voor de andere werkgevers die niet aan de definitie van zwaar getroffen onderneming beantwoorden

De verminderingsforfaits zijn de bedragen voor een voltijdse tewerkstelling met volledige prestaties tijdens het kwartaal.

 

Bron:wet van 4 juli 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, B.S., 13/07/2021.