Coronavirus: Vermindering van sociale bijdragen voor werkgevers van de reissector

article image Van 

Om de reissector te ondersteunen die zwaar werd getroffen door de COVID-19-gezondheidscrisis, worden verminderingen van sociale bijdragen voorzien.

Sinds het begin van deze gezondheidscrisis viel de verkoop van reizen bijna volledig stil. Deze sector zal trouwens waarschijnlijk de laatste sector zijn die zijn activiteiten hervat.  

Naast de door de crisis veroorzaakte werklast (annulatie van reizen, uitgifte van  coronavouchers, enz.) moest ook worden voldaan aan bepaalde wettelijke verplichtingen opgelegd aan ondernemingen die pakketreizen verkopen. Behoud van een deel van het personeel was dus nodig om de wettelijke verplichtingen te vervullen en dit zonder enige compensatie omdat er geen reisverkoop meer was.

Voor bepaalde werkgevers van de reissector heeft de regering dan ook voorzien in een tijdelijke steunmaatregel om de impact van COVID-19  te verzachten:

  • Een vermindering van de nettowerkgeversbijdragen voor het 2e kwartaal 2020, het 4e kwartaal 2020 en het 1e kwartaal 2021 (onder de vorm van een premie);
  • Een doelgroepvermindering voor het 2e kwartaal 2021.

De wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatreegelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie die deze maatregel invoert, verscheen in het Belgisch Staatsblad van 13 april 2021. De RSZ heeft zijn instructies op zijn website gepubliceerd.

1. Voor welke werkgevers?

Deze maatregel is van toepassing op werkgevers:

  • van de reissector (privésector);
  • die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 21 november 2017 betreffende de verkoop van pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en reisdiensten. Deze wet legt verplichtingen op inzake de bescherming van consumenten zoals informatieplicht, duidelijke regels inzake wijzigingen, annulaties, terugbetalingen en verplichte bescherming bij insolventie;
  • die actief waren vóór 1 april 2021 en die het op die datum nog altijd zijn.

Concreet gaat het om werkgevers:

  • die als hoofdactiviteit de activiteit van reisbureau of reisorganisator hebben en  een van de volgende NACE-codes hebben:
    • 79110: activiteiten van reisbureaus
    • 79120: activiteiten van reisorganisatoren
  •  en die gedurende de periode van het 2e kwartaal 2020 tot en met het laatste kwartaal waarop de vermindering betrekking heeft, tegen insolventie verzekerd zijn zoals bepaald in de wet van 21 november 2017.

2. Welke voorwaarden moeten ze naleven?

Om de maatregelen inzake bijdragevermindering te kunnen genieten en te behouden, moet de werkgever de volgende voorwaarden vervullen:

  • zich ertoe verbinden om alle werknemers in dienst te houden die ononderbroken tewerkgesteld waren tussen 1 april 2021 en 30 juni 2021 (ontslag van de werknemer of ontslag om dringende reden worden niet in aanmerking genomen). In ieder geval mag de som van de tewerkstelling van alle werknemers bij de werkgever tijdens het 2e kwartaal 2021 niet kleiner zijn dan die van het 1e kwartaal 2021 (uitgezonderd ontslag van de werknemer of ontslag om dringende reden).
  • een concreet en individueel opleidingsaanbod aan alle werknemers doen dat overeenstemt met minstens 20% van hun contractuele arbeidsduur in het 1e en 2e kwartaal 2021. Aan een voltijdse werknemer die gedurende deze volledige periode tewerkgesteld is, moet u dus 28 dagen opleiding aanbieden. Dit slaat op alle werknemers, of ze nu tijdelijk werkloos gesteld zijn of niet.  De opleidingen moeten uiterlijk op 31 december 2021 gevolgd zijn.
  • zich in 2021 onthouden van:
    • de uitkering van dividenden aan de aandeelhouders;
    • de uitkering van bonussen aan de leden van de Raad van Bestuur en aan de directie en hoge kaderleden van de onderneming;
    • de aankoop van eigen aandelen.
  • De ondernemingsraad of bij ontstentenis hiervan, de vakbondsafvaardiging, of bij ontstentenis hiervan, de werknemers, informeren over de toepassing van de steunmaatregel in de onderneming en de voorwaarden waaraan de werkgever moet voldoen, meer bijzonder voor wat het opleidingsaanbod betreft (bovendien moet hierover worden overlegd).

3. Welke procedure moet worden gevolgd?

Om voornoemde voordelen te kunnen genieten, moeten de betrokken werkgevers uiterlijk op 30 juni 2021 een aanvraag bij de RSZ indienen via een onlineapplicatie. U vindt de onlineapplicatie via de volgende link: beveiligde RSZ-applicatie

In de aanvraag moet de werkgever zich ertoe verbinden om de vier voormelde voorwaarden na te leven. Op vraag van de RSZ moet de aanvraag vergezeld gaan van een verzekeringscertificaat insolventieverzekering voor de werkgever die een insolventieverzekering aanging in een andere EU-lidstaat.

4. Welke voordelen?

De maatregel bestaat uit een bijdragevermindering voor het 2e kwartaal 2020, het 4e kwartaal 2020 en het 1e kwartaal 2021, en een doelgroepvermindering voor het 2e kwartaal 2021.

4.1. Bijdragevermindering voor het 2e kwartaal 2020, het 4e kwartaal 2020 en het 1e kwartaal 2021

De RSZ voert de berekening uit in twee stappen.

1e stap: berekening van de vermindering voor het 2e en 4e kwartaal 2020

Het bedrag van de vermindering stemt overeen met het bedrag van de nettowerkgeversbijdragen voor het 2e en 4e kwartaal 2020.

De nettowerkgeversbijdragen zijn de basiswerkgeversbijdragen met inbegrip van de loonmatigingsbijdrage, verminderd met de bestaande bijdrageverminderingen (structurele en/of doelgroepvermindering).

Bepaalde specifieke bijdragen (geen basisbijdragen) komen dus niet in aanmerking voor de berekening, zoals onder andere:

  • de bijdragen voor jaarlijkse vakantie
  • de bijzondere bijdrage arbeidsongevallen
  • de bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen (FSO)
  • de bijdragen bestemd voor een Fonds voor Bestaanszekerheid (FBZ)
  • de bijzondere bijdrage voor flexijobs.

Voor werkgevers die vóór 16 april 2021 een aanvraag hebben ingediend en de bevestiging hebben ontvangen dat ze voor de maatregel in aanmerking komen, voert de RSZ de berekening uit van het verminderingsbedrag voor het 2e en 4e kwartaal 2020 en stort dit in de tweede helft van de maand april op de rekening bij de RSZ.

Voor werkgevers die hun aanvraag na 16 april 2021 hebben ingediend, gebeurt de berekening van de vermindering voor het 2e en 4e kwartaal 2020 tegelijk met de berekening van de vermindering voor het 1e kwartaal 2021 (zie hierna).

Het bedrag  van de vermindering wordt in eerste instantie aangewend voor de betaling van de bedragen  die voor het 1e kwartaal 2021 aan de RSZ verschuldigd zijn, daarna voor eventuele oudere schulden bij de RSZ. Als er een saldo overblijft, kan de werkgever om de uitbetaling ervan verzoeken. Doet hij dit niet, dan wordt het saldo aangewend voor toekomstige schulden (= in mindering te brengen van bedragen die aan de RSZ verschuldigd zijn).

2e stap: berekening van de vermindering voor het 1e kwartaal 2021

Het bedrag van de vermindering stemt overeen met het bedrag van de nettowerkgeversbijdragen voor het 1e kwartaal 2021.

De nettowerkgeversbijdragen zijn de basiswerkgeversbijdragen met inbegrip van de loonmatigingsbijdrage, verminderd met de bestaande bijdrageverminderingen (structurele en/of doelgroepvermindering).

Bepaalde specifieke bijdragen (geen basisbijdragen) komen dus niet in aanmerking voor de berekening, zoals onder andere:

  • de bijdragen voor jaarlijkse vakantie
  • de bijzondere bijdrage arbeidsongevallen
  • de bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen (FSO)
  • de bijdragen bestemd voor een Fonds voor Bestaanszekerheid (FBZ)
  • de bijzondere bijdrage voor flexijobs.

Voor werkgevers die de bevestiging hebben ontvangen dat ze voor de maatregel in aanmerking komen, voert de RSZ de berekening van het verminderingsbedrag begin juli uit.

Het bedrag wordt in de tweede helft van de maand juli 2021 gestort op de rekening bij de RSZ en wordt in eerste instantie aangewend voor de betaling van de bedragen die voor het 2e kwartaal 2021 aan de RSZ verschuldigd zijn, daarna voor eventuele oudere schulden bij de RSZ. Als er een saldo overblijft, kan de werkgever om de uitbetaling ervan verzoeken. Doet hij dit niet, dan wordt het saldo aangewend voor toekomstige schulden (= in mindering te brengen van bedragen die aan de RSZ verschuldigd zijn).

4.2. Doelgroepvermindering voor het 2e kwartaal 2021

De bijdragevermindering voor het 2e kwartaal 2021 is een doelgroepvermindering die overeenstemt met het saldo van de basiswerkgeversbijdragen in de DmfA van het 2e kwartaal 2021 voor alle werknemers van de werkgever.

In de praktijk in de DmfA van het 2e kwartaal 2021: 

  • nieuwe verminderingscode: 3702;
  • doelgroepvermindering 'G7';
  • enkel toegelaten op basis van de lijst van werkgevers die hun aanvraag bij de RSZ indienden en een OK van de RSZ kregen;
  • De vermindering wordt aanvaard onder voorbehoud van de controles a posteriori;
  • Als de werkgever niet voorkomt in de lijst van werkgevers met OK en de vermindering toch wordt toegepast, dan wordt een anomalie gesignaleerd (‘niet voorzien voor deze werkgever’) met hercontrole na 6 maanden (cf. systeem Ecaro).  

4.3. Controles a posteriori en verlies van de voordelen

De RSZ zal a posteriori controles uitvoeren op het naleven van de voorwaarden om de maatregel te kunnen genieten.

Als bij deze controles blijkt dat de werkgever de toekenningsvoorwaarden niet naleeft, wordt de vermindering voor het 2e kwartaal 2020, het 4e kwartaal 2020 en het 1e kwartaal 2021 in de werkgeversrekeningen geannuleerd en wordt de vermindering voor het 2e kwartaal 2021 in de DmfA geannuleerd.