NL|FR|EN
Identification
        
Delen |
De werknemer komt wegens het winterweer te laat of niet op het werk

19.03.2013


Door het strenge winterweer ondervinden heel wat werknemers verkeershinder. Dit leidt ertoe dat ook vele van deze werknemers te laat aankomen op het werk. Sommigen geraken zelfs helemaal niet op het werk.


Men kan zich afvragen of dit wel een geldige reden tot laattijdigheid of afwezigheid vormt en hoe het zit met de verloning voor deze dag. 

Kunnen bepaalde slechte weersomstandigheden het niet of te laat opdagen op het werk wettigen?

De vraag die men zich moet stellen is dus of men deze weersomstandigheden kan beschouwen als overmacht. Het algemeen principe is dat overmacht de arbeidsovereenkomst schorst. Er is sprake van overmacht indien:

  • er zich een onvoorzienbare en onvermijdelijke gebeurtenis voordoet;
  • die onafhankelijk is van de wil van de partijen;
  • en die de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tijdelijk onmogelijk maakt.

Wanneer men verkeershinder verwacht omwille van de weersomstandigheden, wordt dit meestal op voorhand aangekondigd via allerhande media. De werknemers zijn op dat moment dus verwittigd. De onvoorzienbaarheid is hier dus voor discussie vatbaar. De algemene regel is dat de werknemer in dat geval alle mogelijke voorzorgen moet nemen om (tijdig) op het werk te geraken (vb. vroeger vertrekken, andere wijze van vervoer zoeken). Indien hij er ondanks deze inspanningen toch niet of niet op tijd geraakt, is er sprake van overmacht.


Omdat overmacht zo een vaag begrip is, kunnen er ook andere regelingen voorzien worden in de onderneming. Men kan met de werknemer bijvoorbeeld overeenkomen dat deze een dag betaalde of onbetaalde vakantie neemt indien hij voorziet dat hij er niet of niet tijdig zal geraken. Ook kan thuiswerk een oplossing bieden, indien beide partijen daartoe overeenkomen.


Wat zijn de gevolgen van deze slechte weersomstandigheden op het loon?


Of de werknemer recht zal hebben op het loon, is afhankelijk van de overmachtsituatie. Men dient na te gaan of deze voldoet aan de voorwaarden van artikel 27, 1° van de Arbeidsovereenkomstenwet.


Om aanspraak te kunnen maken op het volledige dagloon in het geval van een onvrijwillige vertraging en afwezigheid, moeten namelijk een aantal voorwaarden vervuld zijn.


1. De werknemer moet arbeidsgeschikt zijn bij het begin van de arbeidsdag. Indien de werkgever twijfelt omtrent de lichamelijke geschiktheid van de werknemer, dan kan hij -op eigen kosten- de werknemer verplichten zich te laten onderzoeken door een geneesheer om de arbeidsongeschiktheid te laten vaststellen.


2. De werknemer moet zich normaal naar zijn werk begeven. Een werknemer die vooraf verwittigd werd dat hij niet moest werken, heeft geen recht op dit loon. In deze veronderstelling begeeft de werknemer zich inderdaad niet naar zijn werk.


3. De oorzaak van de vertraging of de afwezigheid moet overkomen zijn op de weg naar het werk, wat wil zeggen dat de werknemer zijn woonplaats verlaten moet hebben.


4. De oorzaak van de vertraging of afwezigheid moet ook onafhankelijk zijn van de wil van de werknemer. De vertraging of afwezigheid mag met andere woorden niet te wijten zijn aan een gebrek aan voorzorgsmaatregelen vanwege de werknemer. De werknemer zal zo nodig zelf moeten bewijzen dat de oorzaak van de vertraging of afwezigheid moet onafhankelijk is van zijn wil. Hij moet dus in de mate van het mogelijke, de nodige maatregelen nemen om de redenen van de vertraging of afwezigheid te voorkomen, zoals bijvoorbeeld op een vroeger tijdstip vertrekken.


5. Het behoud van het normale loon in geval van afwezigheid op het werk kan slechts gerechtvaardigd worden indien het voor de werknemer werkelijk onmogelijk was om zich naar de plaats van het werk te begeven. Het begrip “onmogelijk” moet evenwel binnen de redelijke grenzen en met gezond verstand worden benaderd. Men mag van de werknemer geen bovenmatige inspanningen vergen zoals bijvoorbeeld een zeer grote afstand te voet afleggen.


Indien aan deze voorwaarden voldaan is, kan de werknemer aanspraak maken op het volledige dagloon.


Er zijn echter ook overmachtsituaties die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 27, 1° van de Arbeidsovereenkomstenwet. Bijvoorbeeld wanneer de werknemer, ondanks het nemen van alle nodige maatregelen, ingevolge de overmachtsituatie gewoonweg niet is kunnen vertrekken naar zijn werk. In dat geval kan de werknemer de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht inroepen, maar zal er geen loon verschuldigd zijn. De werknemer zal ook hier moeten kunnen bewijzen dat hij alle mogelijke maatregelen genomen heeft.


In beide hypothesen moet men als werkgever rekening houden met de afstand tussen de woonplaats en de werkplaats. Van werknemers die in de nabije omgeving van de werkplaats wonen, is het laattijdig of niet toekomen op het werk omwille van overmacht moeilijker te aanvaarden dan van werknemers wiens woonplaats ver verwijderd is van de werkplaats.


In ieder geval is het voor de werknemer aangeraden om onmiddellijk aan de werkgever te laten weten dat hij niet of laattijdig op het werk zal aankomen zodat de werkgever zich kan organiseren en er eventueel kan worden afgesproken wat te doen in deze situatie.


Aanverwante artikels:

Schrijf u in voor onze newsletter en blijf op de hoogte!

  
Siteplan | Gebruiksvoorwaarden | Privéleven | Contacten        Group S 2017