1901 19 Fonds voor bestaanszekerheid - Statuten

Paritair (sub-)Comité nr.:
226.00.00-00.00

Bijwerking: 10/10/2006
Geldig vanaf: 01/01/1999
Geldig tot: 06/09/2009

Op 02 maart 1998 werd een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante  houdende oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van de statuten.

Ze werd neergelegd op 12 maart 1998 bij de griffie van de Dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen en geregistreerd op 03 april 1998 onder het nummer 47660/CO/2260000. Het bericht van neerlegging van deze CAO verscheen in het Belgisch Staatsblad van 20 mei 1998.

Zij werd algemeen verbindend verklaard door het koninklijk besluit van 11 april 1999 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 december 1999.

Deze CAO werd laatst gewijzigd door een CAO van 19 november 2007. Ze werd neergelegd op 23 november 2007 bij de griffie van de Dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen en geregistreerd op 20 december 2007 onder het nummer 86128/CO/226. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 10 juni 2007.

Wij geven u de gecoördineerde bepalingen.

Gecoördineerde bepalingen

Artikel 1

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden van de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken.

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 1998 wordt bij toepassing van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid een fonds voor bestaanszekerheid opgericht onder de benaming "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken" (226).

Artikel 3

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan opgezegd worden bij eenparige beslissing van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken.

Bijlage tot de C.A.O. van 2 maart 1998 houdende oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van de statuten.

 

STATUTEN

HOOFDSTUK I - Benaming, maatschappelijke zetel, doel, duur

Artikel 1

Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht onder de benaming "Sociaal Fonds van het Paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek " (226)".

Artikel 2

De zetel van het fonds is gevestigd te Antwerpen, Brouwersvliet 33.

Artikel 3

Het Fonds heeft tot doel:

1° het innen van bijdragen welke nodig zijn voor zijn werking;

2° het vaststellen van de aard, de omvang en de toekenningsvoorwaarden van de tegemoetkomingen in de kosten voor syndicale vorming en in de financiering van studies en andere sociale doeleinden ten bate van de bedienden van de sector;

3° het financieren van initiatieven ter bevordering van de tewerkstelling of voor het behoud van de tewerkstelling van bedienden in de sector;

4° het financieren van vormingsinitiatieven ten voordele van de bedienden van de sector en van de risicogroepen;

5° het financieren van bedrijfsgerichte opleidingen;

6° het uitvoeren van de betaling van de voorziene tegemoetkomingen;

7° het nemen van maatregelen ter bevordering van de naleving van de sociale verplichtingen;

8° het vervullen van de rol van inrichter van het aanvullend pensioen in de zin van de wet van 26 april 2003 met betrekking tot aanvullende pensioenen voorzien door een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst.

(CAO van 6 juli 2006)

Artikel 4

Het fonds is opgericht voor onbepaalde tijd.

HOOFDSTUK II - Toepassingsgebied

Artikel 5

Deze statuten, alsmede de uitvoeringsmodaliteiten, welke worden vastgesteld door het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken, zijn van toepassing op de werkgevers en hun bedienden die ressorteren onder dit paritair comité.

HOOFDSTUK III - Beheer

Artikel 6

Het fonds wordt beheerd door een raad van beheer, paritair samengesteld uit afgevaardigden van de werkgevers en uit afgevaardigden van de bedienden.

Deze raad bestaat uit vijf afgevaardigden voorgesteld door de werkgeversorganisaties en vijf afgevaardigden voorgesteld door de bediendenorganisaties.

Het paritair comité duidt onder de leden van het paritair comité de leden van de raad van beheer aan en ontslaat ze tevens; het kan het aantal beheerders vastgesteld bij het tweede lid, wijzigen.

De leden van de raad van beheer worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Hun mandaat kan worden hernieuwd.

In geval van overlijden of ontslag van een beheerder, voorziet het paritair comité in zijn vervanging. Het nieuw aangeduid lid beëindigt het mandaat van zijn voorganger.

Artikel 7

De raad van beheer duidt in zijn midden een voorzitter en een ondervoorzitter aan. Deze aanduiding geschiedt voor één jaar doch kan stilzwijgend verlengd worden. De functie van de voorzitter wordt uitgeoefend door een afgevaardigde van de werkgevers, en de functie van ondervoorzitter door een afgevaardigde van de bedienden.

De raad van beheer duidt eveneens de personen aan die worden belast met het secretariaat.

Artikel 8

De raad van beheer vergadert op uitnodiging van de voorzitter. De voorzitter is gehouden de raad ten minste éénmaal per jaar bijeen te roepen en telkens wanneer ten minste één derde van de leden van de raad het vragen.

De uitnodigingen moeten de agenda vermelden. In geval van afwezigheid van de voorzitter, wordt de zitting van de raad van beheer voorgezeten door de ondervoorzitter en, bij afwezigheid van deze laatste, door de ouderdomsdeken.

De raad van beheer kan slechts geldig beslissen over de punten welke op de agenda vermeld staan en indien ten minste de helft van de leden behorende tot de bediendenafvaardiging en ten minste de helft van de leden die behoren tot de werkgeversafvaardiging aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

De beslissingen worden genomen bij meerderheid van de stemgerechtigden in elke afvaardiging.

De notulen worden opgemaakt door de secretaris die wordt aangeduid door de raad van beheer en ondertekend door degene die de vergadering heeft voorgezeten.

De uittreksels van de notulen worden ondertekend door de voorzitter of door twee beheerders die daartoe worden gemandateerd de ene door de bedienden en de andere door de werkgevers.

Artikel 9

De raad van beheer heeft tot opdracht het fonds te beheren, in de ruimste betekenis van het woord, daaronder begrepen het treffen van alle maatregelen welke nodig blijken voor zijn goede werking en voor de verwezenlijking van zijn doel.

De raad van beheer bepaalt in zijn jaarlijkse begroting de beheerskosten welke ten laste vallen van de opbrengsten van het fonds.

Hij kan een huishoudelijk reglement opstellen.

De raad van beheer wordt bij elk optreden, inbegrepen optreden in recht als eisende of als verwerende partij en voor elk doel, geldig vertegenwoordigd door de voorzitter of door de beheerder die hij aanstelt om die vertegenwoordiging waar te nemen.

De leden van de raad van beheer zijn slechts verantwoordelijk voor de uitvoering van hun opdracht; zij gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan wegens hun deelneming aan het beheer van het fonds noch ten opzichte van de verbintenissen van het fonds.

Artikel 10

De raad van beheer kan bepaalde opdrachten toevertrouwen aan één of meerdere van zijn leden zelfs aan derden. Hij kan eveneens, onder zijn verantwoordelijkheid, het dagelijks beheer van het fonds aan derden in opdracht geven.

Artikel 11

Voor al de andere akten dan degene die vallen onder het dagelijks beheer waarvoor bijzondere opdracht werd gegeven, volstaat, voor de geldige vertegenwoordiging van het fonds tegenover derden, de gezamenlijke handtekening van twee beheerders waarvan één de werkgevers vertegenwoordigt en één de bedienden vertegenwoordigt, zonder dat deze beheerders het bewijs moeten leveren van een beraadslaging.

De akten van het dagelijks beheer mogen ondertekend worden door een beheerder of door elke andere persoon daartoe door de raad van beheer gemachtigd.

HOOFDSTUK IV - Financiering

Artikel 12

Het fonds beschikt over de bijdragen verschuldigd door de in artikel 5 van deze statuten bedoelde werkgevers, alsook van de intresten over de belegde bedragen.

Artikel 13

De bijdrage van de werkgevers wordt vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

Artikel 14

In toepassing van artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid wordt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid belast met de inning en invordering van de werkgeversbijdragen bedoeld in artikel 13.

Artikel 15

Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, kan het bedrag van de bijdragen slechts worden gewijzigd bij een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair comité, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

HOOFDSTUK V - Begrotingen, rekeningen

Artikel 16

Het dienstjaar neemt een aanvang op 1 januari en sluit op 31 december.

Artikel 17

Elk jaar wordt, uiterlijk tijdens het eerste semester een begroting voor het lopend jaar opgemaakt en ter goedkeuring voorgelegd aan het paritair comité.

Artikel 18

Op 31 december worden de rekeningen van het verlopen jaar afgesloten.

De raad van beheer, alsmede de krachtens artikel 12 van de Wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid door het paritair comité aangewezen revisor of accountant, brengen jaarlijks een schriftelijk verslag uit over het vervullen van hun opdracht tijdens het verlopen jaar.

De rekeningen van het afgelopen dienstjaar, alsook de in het voorgaand lid vermelde schriftelijke verslagen, moeten uiterlijk tijdens het eerste semester ter goedkeuring worden voorgelegd aan het paritair comité.

HOOFDSTUK VI - Uitkeringen en vergoedingen. Rechthebbenden

Artikel 19

De toekenningsvoorwaarden van de tegemoetkomingen voorzien in artikel 3, 2° tot en met 5° worden vastgelegd door de raad van beheer van het fonds.

HOOFDSTUK VII - Ontbinding, vereffening

Artikel 20

Het fonds kan enkel worden ontbonden door een eenparige beslissing van het paritair comité, welke slechts van kracht wordt op het einde van het tweede semester dat volgt op dit waarin de beslissing is genomen.

De opheffing van het fonds kan evenwel onmiddellijk gebeuren bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair comité.

Op voorstel van de raad van beheer van het fonds, wijst het paritair comité één of meerdere vereffenaars aan, bepaalt hun machten, stelt hun beloning vast en duidt de bestemming van het vermogen aan.

HOOFDSTUK VIII - Slotbepalingen

Artikel 21

Het fonds aanvaardt de overdracht van alle rechten en verplichtingen alsmede het vermogen van het Sociaal Fonds van de maritieme en expeditiesector en voor de sector van de buitenlandse handel dat opgeheven en in vereffening gesteld werd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1998, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de aanverwante bedrijfstakken.

Toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst: om de integrale tekst te lezen, klik op het registratienummer.

Datum CAO
19/11/2007
Registratienr
86128
Geldig van
10/06/2007
Geldig tot
-
Neerleggingsdatum
23/11/2007
Registratiedatum
20/12/2007
Onderwerp
wijziging van de statuten van een fonds voor bestaanszekerheid
BS Bericht van neerlegging
24/01/2008
Algemeen verbindend verklaring
-
Algemeen verbindend verklaard door Koninklijk Besluit van
18/05/2008
Gepubliceerd in het B.St. van
24/07/2008
Keywords
FONDSEN VOOR BESTAANSZEKERHEID

Historiek
07/09/2009 31/12/2050 1901 Fonds voor bestaanszekerheid: statuten
01/01/1999 06/09/2009 1901 19 Fonds voor bestaanszekerheid - Statuten
Terug